+32 (0) 3 640 30 30
informatie@smcb.beInschrijven
Smart School
Smart School
Icons

Pestprotocol

Pestprotocol middelbare afdeling – visietekst

( deze tekst loopt volledig parallel en ligt in het verlengde van het pestprotocol van de lagere school )


1. Inleiding
Als school willen wij werken aan een pestbeleid waarbij alle actoren betrokken worden (ouders, leerkrachten, directie, zorgteam en leerlingen). Omdat pesten een grote impact heeft op leerlingen nu en later, wil de school zich inzetten om pesten zo goed mogelijk te voorkomen. Wegdenken kunnen we pesten jammer genoeg nooit, daarom willen we ook nadenken over hoe we een pestprobleem aanpakken. Een duidelijk neergeschreven beleid zorgt ervoor dat de procedure voor iedereen duidelijk is. Ouders, leerkrachten, maar ook leerlingen moeten weten hoe pesten wordt aangepakt, dat we dit als school niet goedkeuren en zeker niet aan ons willen laten voorbijgaan willen we duidelijk stellen met een concreet anti-pestbeleidsplan.

 

2. Visie
Het opvoedingsproject van onze school stelt duidelijk dat we binnen onze school iedereen de mogelijkheid geven tot optimale ontplooiing vanuit de christelijke levensvisie. We willen ethische waarden zoals respect, verdraagzaamheid, luisterbereidheid, … nastreven, zowel bij de leerlingen als bij de teamleden. Van het schoolteam wordt een correct voorleven verwacht met respect voor elkaar.

Wanneer het toch eens mis gaat, wil de school ingrijpen en zijn rol als opvoeder opnemen. We willen luisteren naar de betrokken leerlingen en in dialoog met elkaar tot oplossingen komen. Samen met de leerkracht, de directie en het zorgteam wilt de school zijn verantwoordelijkheid opnemen. We willen niet meteen bestraffend optreden, maar alle partijen aan het woord laten. Samen met de leerlingen moet soms een weg worden afgelegd. Ook de ouders worden hierin betrokken . Deze visie kadert in een integraal  beleid ( dit is positief georiënteerd met als doel dat alle leerlingen zich goed voelen op school door :pesten sneller te melden, pestsituaties effectief aan te pakken, gevolgen van pesten te herstellen en de hoeveelheid pesten op termijn te verminderen) en baseert zich op de preventiepiramide ( zie bijlage onderaan )

 

3. Pesten en Plagen

3.1. Wat is pesten?
Pesten is het herhaaldelijk en langdurig uitoefenen van geestelijk en/of lichamelijk geweld door één of meer personen met de bedoeling het slachtoffer te kwetsen, te benadelen of schade te berokkenen. Slachtoffers hebben in deze situatie weinig tot geen verweer (machtsonevenwicht). Pesten heeft vaak een sociale functie: het pestgedrag is betekenisvol voor de groep waarin het gebeurt: pestkoppen zijn op zoek naar populariteit en status. Hiervoor gaan ze een machtsspel aan met wie ‘zwakker’ staat. Vaak stopt het pesten als de groepssteun wegvalt. Pesten gebeurt op veel manieren: direct of indirect pesten, verbaal pestgedrag, cyberpesten.

 

3.2. Plagen versus pesten

Plagen Pesten
 * korte duur en ongepland

* op gelijke voet

* is te verdragen

* 1 tegen 1

* niet systematisch

* wisselend slachtoffer

* geen pijn/korte pijn/snel vergeten

* plooien snel terug glad gestreken

* de groep blijft zichzelf

* onschuldig, met humor

* niet gemeen

In een nieuwe groep worden vaak plaagstoten uitgedeeld om op zoek te gaan naar wie zwakker staat.

* berekend: doelbewust, gepland

* aanhoudend en systematisch

* ongelijke strijd

* één tegen allen/kliekje

* doel = kwetsen

* vaak door dezelfde personen

* verregaande gevolgen

* moeilijk herstel

* groep deelt in de klappen en verandert.

 

 

4. Gevolgen van pesten
Bij pesten zijn de gevolgen voor beide partijen (pester – gepeste) niet te onderschatten. Uiteindelijk gaat ook een hele groep lijden onder pesterijen, omdat pesten de groepsgeest bederft.

4.1. Gevolgen voor het slachtoffer

=>  Risico op sociaal isolement!

 

4.2. Gevolgen voor pestende kinderen/jongeren

 

5. Signalen
Soms vertonen kinderen signalen wanneer er sprake is van pestgedrag. De school, maar ook ouders moeten zo goed mogelijk proberen oog te hebben voor deze signalen. Er zijn directe en indirecte signalen.

5.1. Directe signalen

5.2. Indirecte signalen

 

6. Aandachtspunten voor de ouders, de school en de leerkrachten
De leerkrachten op school proberen hun leerlingen zo goed mogelijk op te volgen, zodat eventuele signalen kunnen erkend worden. Het is belangrijk dat ook ouders hun kind niet uit het oog verliezen. Samen met de ouders wil de school werken aan:

Van de ouders en onze leerkrachten verwachten we dat ze elkaars rol en deskundigheid respecteren. Samenwerken en echt in gesprek gaan loont. Een waarderende houding en positieve betrokkenheid zorgt voor een positief schoolklimaat.

Wanneer voor kinderen de regels duidelijk zijn en hier consequent aan vastgehouden wordt is het duidelijk wanneer er een regel overtreden wordt of wanneer er zich gedrag stelt dat niet door de beugel kan. Consequent optreden is dan ook belangrijk. Bij dit consequent optreden durven we ook de steun vragen van onze ouders.

Door in gesprek te gaan willen we het probleemoplossend vermogen van leerlingen stimuleren en hen zelf tot het besef laten komen wat kan en niet kan. Samen kan dan naar oplossingen gezocht worden.

 

7. Wat kan je als ouder doen?

7.1. Als jouw kind wordt gepest

Kies indien mogelijk een gepast gespreksmoment: tijd, plaats, rust.

=>  oplossing

=> meest geschikte contactpersoon

7.2. Als je kind heeft gepest

 

8. Aanpak op school

8.1. Pestpreventie op school

Op school proberen we heel wat te doen om pesten te voorkomen en om een veilig en positief schoolklimaat te bekomen. Op school hangen posters met gedragsregels die er moeten voor zorgen dat pesten zo weinig mogelijk voorkomt.

8.1.1. Werken aan een positieve klassfeer

Elke klas en elke leerkracht werkt aan een positieve klassfeer. Een gemotiveerd team wil ervoor zorgen dat elke leerling graag naar school komt en zich goed voelt bij ons op school. Er worden verschillende leuke activiteiten georganiseerd binnen en buiten de klas. Er is ruimte voor verschillende werkvormen, kringgesprekken, leerlingencontacten, …

In het eerste jaar worden de leerlingen bevraagd via een enquete ( zie bijlage 3 en 4, mogelijke modellen ) om vandaaruit gericht(er) te kunne werken. Het plusuur zal ook voor een stuk hiervoor gebruikt worden, evenals de tijd voorzien voor sociale activiteiten in de Pi-klas . Voor de overige jaren worden specifieke initiatieven uitgewerkt, zoals ontmoetingsdagen, ….

 

8.1.2. Pestpreventie op de speelplaats/op school

Als school willen we inzetten op pestpreventie. Door een aantal activiteiten aan te bieden tijdens de middagpauzes hopen we dat leerlingen zich niet gaan vervelen en dat ze geen tijd hebben om te pesten, denk aan de middagsport, internetklassen, …

Zie ook handleiding leerkrachten. (bijlage 2)

 

8.2. En Toch

Ondanks preventieve maatregelen kan je pesten nooit wegdenken. De leerkracht is de eerstelijnsverantwoordelijke . In de mate van het mogelijke probeert de leerkracht met de leerlingen te praten, tot oplossingen te komen. De leerkracht maakt melding bij de zorgcel.

We vinden de opvolging van een pestdossier zo belangrijk dat de zorg directeur  vaak de begeleiding op zich neemt. Voor de leerlingen is het belangrijk om te weten dat de directie niet alleen sanctionerend zal optreden maar vooral openstaat voor het welzijn van al haar leerlingen. Wanneer er een vermoeden van pesten is, worden volgende stappen ondernomen:


8.3. Cyberpesten

Nieuwe media hebben zeker hun waarde, maar kunnen ook negatief gebruikt worden. We durven van de ouders te vragen om zelf controle te houden over het gsm- en internetgebruik van hun zoon of dochter. Beledigingen via internet of gsm, roddels verspreiden, … zijn niet toegelaten. De ouder is wettelijk mede verantwoordelijk voor de gevolgen van zulk pestgedrag door de zoon of dochter.  Op school proberen we verder ook bepaalde netwerksites te blokkeren. Wanneer ouders/kinderen toch naar school komen en melding geven van cyberpesten (wat dan eerder vaak thuis gebeurt, maar wel met kinderen van de school) vragen wij steeds om bewijsmateriaal mee te nemen (het sms-je bewaren, printscreen van het computerscherm, …). Wij willen dit als school dan ook niet negeren en hiermee aan de slag gaan.


8.4. Ouderbetrokkenheid

Ouders willen we betrekken bij een pestprobleem. Ook hier moet het onderscheid gemaakt worden tussen ruzies en een effectief langdurend pestprobleem. Het is onmogelijk om bij elke ruzie ouders op de hoogte te brengen. Als school willen we dit intern oplossen. Wanneer er sprake is van pesten, zal de school in eerste instantie ook het probleem proberen oplossen. Indien de school zorgwekkende signalen opmerkt, worden de ouders meteen op de hoogte gebracht. Diegene die melding heeft gemaakt van de problemen zal wel op de hoogte gehouden worden. Indien de problemen aanhouden worden de ouders van de pester/gepeste op de hoogte gebracht om samen met de school te kijken wat er kan gedaan worden opdat het pesten zou stoppen. Er kan geen eenduidige grens getrokken worden vanaf welk punt ouders worden betrokken in het verhaal. Elke situatie is anders en wordt anders bekeken en aangepakt. We vragen van ouders wel vertrouwen, erkenning en respect voor de aanpak van de school.


8.5. Klasverdeling

Elk schooljaar ziet de klassamenstelling er anders uit. De school behoudt zich het recht om zelf deze klasverdeling te maken. Natuurlijk wordt er rekening gehouden met vriendjes en noden van leerlingen. Echter, wanneer de school merkt dat in één groep er teveel ruzies en pestproblemen zijn, dan hebben wij de kans om de groepen uit elkaar te halen en te herverdelen. Wanneer de sfeer in een klas niet goed zit, kan er immers ook niet geleerd worden.

 

9. Contact
Bij pestproblemen of andere problemen kan je steeds contact opnemen met de school ( 03/ 640.30.30 ) of met het CLB.  ( 03/651.88.85 )


10. Opvolging :
Om het gehele pestprotocol op te volgen en te evalueren maken we gebruik van de PDCA-cyclus.
Zie onderstaand.



Bijlage 1 :

 

Bijlage 2 : concrete leidraad voor leerkrachten

Handige zinnen:

– Doordacht te werk gaan

– Leerling mee inspraak geven + iedereen op de hoogte houden (lr, lln, ouders)

Ik zie dat/er is gemerkt dat/….   (+Feit) Als er gepest wordt moet het stoppen. Ik ga (wij gaan) het in de gaten houden. (niet waarom, geen discussie aangaan)